KBC Groep
Select your language
    Search

    Economische vooruitzichten 2H2016

    Matige groei volgt op volatiele eerste jaarhelft

    Vrijdag 10 juni 2016 — Volatiele olieprijzen en negatieve rentes, deflatiegevaar en helikoptergeld, Brexit en verkiezingen in de Verenigde Staten: het zijn allemaal ingrediënten die van 2016 een veelbewogen economisch jaar maken. Koen De Leus, senior economist KBC, Johan Van Gompel, senior economist KBC en Bernard Keppenne, chief economist CBC, verklaren de globale economische lotgevallen en kijken vooruit naar de 2de helft van 2016. Ze zoomen tevens in op de economische verwachtingen voor België en de regionale ontwikkelingen in Vlaanderen en Wallonië.

    Een hobbelig parcours. Dat is het minste wat je kan zeggen van de tijdens het eerste kwartaal afgelegde weg. De beurzen doken bijna 20% lager als gevolg van naweeën van de eerste Fed-renteverhoging in december en uit vrees voor een globale recessie: de groeimarkten kraakten, grondstoffen daalden en de Chinese renminbi deprecieerde.

    Midden februari volgde de wederopstanding. De Amerikaanse centrale bank stelde 2 in plaats van 4 renteverhogingen in het vooruitzicht;  de daling van de dollar stabiliseerde de wisselkoersen in de groeilanden; de olie bodemde uit en staat vandaag bijna dubbel zo hoog als midden februari.

    Fragiel

    Wat brengt het komende half jaar? De internationale omgeving blijft fragiel. De groeilanden zijn gestabiliseerd. De aarzeling bij de Fed om de rente snel op te trekken heeft de uitstroom van vluchtige portfolio-investeringen gestopt. De Amerikaanse economie kende een tijdelijke dip tijdens het eerste kwartaal, maar de binnenlandse vraag bleef overeind. In Europa was de groei dan weer verrassend sterk. Een aanhoudende, zij het wat tragere groei voor de rest van het jaar zit hier zeker in de kaarten.

    Eén van de mysteries vandaag is de vraag waarom het herstel in Europa maar niet echt goed op gang komt? Heeft dit te maken met een meer restrictief budgettair beleid dan in de VS? Zeker niet. Besparingen drukten in de Eurozone de groei over de periode 2011-2013 met 1 procentpunt. In de VS was dat 1,6 procentpunt. Vandaag kennen beide regio’s een licht expansief budgettair beleid.

    Wat momenteel de groei in Europa relatief meer tegenhoudt dan de VS, zijn de nog steeds hogere risicopremies voor bedrijven (gefragmenteerde Europese kapitaalmarkt) en het gebrek aan investeringen. Daarenboven houden structurele problemen (rigide arbeidsmarkt, gefragmenteerde productenmarkt) de productiviteitsgroei onder die van de VS houdt. De voortdurende oproep voor diepgaande hervormingen door de ECB, Europese Commissie en andere instanties valt nog steeds in dovemansoren.

    Divergerend rentebeleid

    We verwachten voor het volledige jaar een matige groei van 1,6% voor de Eurozone en 1,7% voor de VS (omwille van het zwakke eerste kwartaal). Het monetair beleid blijft soepel. Japan zou best kunnen evolueren naar een nog meer negatieve rente. De ECB wacht af langs de zijlijn om te kijken wat de impact is van de meest recente

    maatregelen zoals de opkoop van bedrijfsobligaties en het verstrekken van nieuwe langetermijnleningen. Een verdere daling van de Amerikaanse dollar kan haar wel tot meer actie aanzetten.

    Zo’n daling verwachten we niet. De Amerikaanse centrale bank is vastbesloten de rente op te trekken. De ideale omstandigheden laten echter op zich wachten. Met het recente zwakke arbeidsrapport ziet het er naar uit dat de eerstvolgende renteverhoging eerder iets voor september zal worden. Met een tweede renteverhoging nog op het einde van dit jaar? De verschillende intenties van de Fed versus de ECB moet de dollar hoger duwen richting 1,10 dollar per euro. Blijft de Fed talmen, dan bestaat na verloop van tijd het risico dat de markt zich gaan herpositioneren. Een fikse pandoering voor de dollar en een fors hogere euro met deflatoire gevolgen valt dan niet uit te sluiten. Een nachtmerriescenario voor ECB-voorzitter Mario Draghi.

    Natuurlijk zijn er nog andere risico’s die dit basisscenario op zijn kop durven zetten. Een versnellende inflatie als gevolg van de krapte op de Amerikaanse arbeidsmarkt zou de obligatiemarkten een geweldige oplawaai verkopen. De rentemarkten houden rekening met amper met 1 renteverhoging dit jaar. Het belangrijkste risico is echter op korte termijn. Brexit zou het vertrouwen van consumenten en producenten zeker in het VK, maar ook in de rest van de eurozone zwaar onderuit halen. De beurzen vallen tot 20% lager. Een stevige dip van de economische groei is dan een feit. Indien andere landen het Britse voorbeeld zouden volgen, valt een domino-effect niet meer uit te sluiten.

     

    Contacteer ons

    Viviane Huybrecht

    General Manager KBC Corporate Communication / Spokesperson

    Published with Prezly