• Nederlands
  • Français
  • English
  • Search

    KBC maakt de nieuwe kapitaal- en liquiditeitsvereisten van de ECB bekend

    Buiten beurstijd - Gereglementeerde informatie*

    Vrijdag 20 maart 2015 — De Europese Centrale Bank heeft KBC op de hoogte gesteld van haar nieuwe prudentiële vereisten. Voor KBC Groep en zijn belangrijkste bankentiteiten worden daarmee de volgende minimumvereisten voor kapitaal en liquiditeit vastgelegd:

    • een common equity tier 1-ratio (CET1) van minstens 10,5%, 'fully loaded' volgens CRD IV (inclusief overheidssteun),

    • een LCR boven de 100% vanaf 1 oktober 2015.

    KBC overtreft ruim die nieuwe vereisten.

    Johan Thijs, CEO van KBC Groep, hierover: "KBC is blij met de beslissing van de ECB omdat die duidelijkheid schept voor de groep en zijn stakeholders. De door de ECB vastgelegde kapitaalvereiste van 10,5% (CET1) stemt volledig overeen met de norm die KBC zichzelf al gesteld had en die het ruim overtreft. Dat is een geruststellend signaal naar alle stakeholders die ons hun vertrouwen schenken.

    KBC wil blijven focussen op zijn sterke fundamenten: een gezond klantgericht bankverzekeringsmodel, een sterk risicoprofiel, een stevige liquiditeitspositie, ondersteund door een erg solide en loyale klantendepositobasis in onze kernmarkten in België en Centraal-Europa en een comfortabele solvabiliteit die ons ruimte geeft voor bijkomende kredietverlening aan onze klanten en een actieve ondersteuning van de gemeenschappen en economieën waarin we actief zijn. KBC zal blijven zorgen voor gepaste kapitaal- en liquiditeitsniveaus binnen een strikt risicokader.”

    KBC Groep werd verzocht een common equity tier 1-ratio (CET1) aan te houden van minstens 10,5%, 'fully loaded' volgens CRD IV (inclusief overheidssteun). In de vorige gezamenlijke kapitaalbeslissing bedroeg de minimale kapitaalvereiste voor KBC 9,25%, exclusief voor verkoop beschikbare reserves.

    Gezien de belangrijke bank- en verzekeringsactiviteiten van KBC Groep wordt het beschouwd als een financieel conglomeraat en daarom moet het slagen in een dubbele solvabiliteitstest. Dat wil zeggen dat het een CET1 van minstens 10,5% moet hebben volgens:

    1. de Deense compromismethode, waarbij de bijdrage van KBC Verzekeringen gedeconsolideerd wordt en de deelneming van KBC Groep NV in KBC Verzekeringen NV een risicoweging van 370% krijgt;

    2. de Richtlijn 2002/87/EG (Financial Conglomerates Directive of FICOD). Om aan die vereiste te voldoen zal KBC de bestaande 'bouwsteenmethode' ('Building Block Method' of BBM) afstemmen op de consolidatiemethode van de FICOD. Het verschil tussen de FICOD en de BBM betreft alleen het beschikbare kapitaal. Het beschikbare kapitaal in de FICOD is een combinatie van de in aanmerking komende elementen van zowel de bankactiviteiten (momenteel CRR/CRD IV) als de verzekeringsactiviteiten (momenteel Solvency I), terwijl de BBM de bankregels ook op de verzekeringsactiviteiten toepaste.

    Op 31 december 2014 had KBC Groep voor de doelstelling van 10,5% een buffer van 3,5 miljard euro volgens de Deense compromismethode (common equity tier 1-ratio van 14,3%) en 3,8 miljard euro volgens de FICOD (common equity tier 1-ratio van 14,6%), overheidssteun inbegrepen.

    Daarnaast legt de ECB als liquiditeitsvereiste vanaf 1 oktober 2015 een LCR boven de 100% op (tot dan blijft de bestaande stresstestratio van de NBB van boven de 100% van kracht). Op zijn Investor Day in juni 2014 liet KBC weten te streven naar een LCR en een NSFR van 105% of meer.

     

    Achtergrond

    De Europese Centrale Bank moet ervoor zorgen dat kredietinstellingen niet alleen voldoen aan de minimale prudentiële kapitaalvereisten van CRR/CRD IV maar ook beschikken over een bijkomende buffer die overeenstemt met hun individuele intrinsieke risicoprofiel. Dat wordt geregeld door het Single Supervisory Mechanism (SSM).

    Eenvoudig voorgesteld moet het SSM ervoor zorgen dat kredietinstellingen over voldoende kapitaal beschikken om onverwachte verliezen te kunnen dekken en overeind te blijven als de economie en de markten onder zware druk komen.

    De gezamenlijke kapitaalbeslissing is de belangrijkste uitkomst van het SREP (Supervisory Review and Evaluation Process). In dat proces beoordeelt de toezichthouder de maatregelen op het vlak van deugdelijk bestuur en interne controle die elke bank getroffen heeft om zijn risico's te beheersen (het interne proces voor de beoordeling van de kapitaaltoereikendheid of ICAAP).

    * Dit perscommuniqué bevat informatie die is onderworpen aan de transparantievoorschriften voor beursgenoteerde vennootschappen.

    Contacteer ons

    Viviane Huybrecht

    General Manager KBC Corporate Communication / Spokesperson

    Wim Allegaert

    General Manager, Investor Relations, KBC Group